Sp.a pleit voor reanimatie van Rubiconfonds en een versnelling van investeringen in waterbeheersing
15/11/2010
De
watersnood van het voorbije weekend toont aan dat het werk op vlak van
waterbeheer nog lang niet af is. De toename van de verharde oppervlakten en de
inbuizing van grachten zorgen ervoor dat het water niet meer kan insijpelen en
de bodem haar sponsfunctie verliest. Via gemengde rioleringen en collectoren
wordt het water te snel afgevoerd naar ingesnoerde rivieren die dan op de
verkeerde plaatsten gaan overstromen. In plaats van winterbeddingen komen nu de
kelders van de burgers onder water staan. sp.a pleit voor een reanimatie van
het Rubiconfonds voor investeringen in waterbeheersing door lokale besturen,
een kortere doorlooptijd voor investeringen in overstromingsgebieden, meer
buffering, hergebruik en infiltratie van regenwater en een herstructurering van
het waterloopbeheer.
Rubiconfonds reanimeren
Na de overstromingen van 2002 riep
de Vlaamse regering het Rubiconfonds in het leven om lokale besturen te
ondersteunen bij investeringen in waterbeheersingswerken. Sp.a wil dat dit
fonds wordt gereanimeerd. "Vorig jaar hebben we kunnen voorkomen dat het
Rubiconfonds op droog zaad werd gezet", stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Martens (sp.a). "Bij
de begrotingscontrole zorgde minister voor Ruimtelijke Ordening Philippe
Muyters er uiteindelijk toch voor dat de nodige kredieten werden vastgelegd om
lopende projecten te kunnen afwerken. Alleen is er door Muyters geen nieuwe
oproep meer gelanceerd naar lokale besturen voor het indienen van nieuwe
waterbeheersingswerken. Daardoor blijven concrete voorstellen van gemeente- en
provinciebesturen om via overstromingsgebieden, bufferbekkens of waterkeringen
overstromingen te beheersen, dode letter." Dat is niet langer aanvaardbaar. De
projecten die in het verleden via het Rubiconfonds zijn gefinancierd hebben hun
deugdelijkheid bewezen. Minister Muyters moet daarom terug elk jaar een
projectoproep lanceren om lokale besturen met concrete waterbeheersingsplannen
te kunnen ondersteunen. Lokale besturen beschikken vaak over een goede
terreinkennis en weten vaak best waar welke ingrepen de beste resultaten kunnen
opleveren.
De
overstromingen van dit weekend tonen aan dat het werk nog niet af is. Bovendien
nemen de overstromingsrisico's door de klimaatopwarming alleen maar toe
waardoor nog veel meer geïnvesteerd moet worden in waterbeheersing. Op het
symposium "Het Belgisch EU- voorzitterschap: Het klimaat verandert?" van
VLEVA/ARGUS op 26 oktober 2009 stond KUL-professor Patrick Willems stil bij
de gevolgen voor Vlaanderen: "Om het hoofd te kunnen bieden aan de grotere
extreme regenbuien zullen gemiddeld in Vlaanderen 20% tot 30% bijkomende
buffervoorzieningen moeten gebouwd worden. Indien niets gedaan wordt, zullen
rioleringen en bijhorende bergings- en infiltratievoorzieningen gemiddeld 2
maal zo vaak overlopen."
Versnelling van
investeringen in waterbeheersing
Maatschappelijk belangrijke
investeringsprojecten hebben vaak een te lange doorlooptijd. De zogenaamde
Commissie Sauwens deed verschillende aanbevelingen om tot een versnelde
realisatie te komen. Sp.a vindt dat die in het bijzonder ook moeten toegepast
worden voor investeringen in waterbeheersingswerken. De realisatie van
wachtbekkens en overstromingsgebieden gaat vaak gepaard met onteigeningen die
door de flessenhals bij de comités van aankoop jarenlang kunnen aanslepen. De
commissie Sauwens bepleitte een systeem van erkend landmeter-experten voor het
opstellen van schattingsverslagen zodat onteigeningsprocedures sneller kunnen
worden doorlopen. Daar moet ook ten behoeve van het waterbeheer werk van
gemaakt worden. Bovendien moeten de besluitvormingsprocedures voor
waterbeheersingswerken veel eenvoudiger. Vandaag kan de realisatie van één en
hetzelfde overstromingsgebied vier maal het onderwerp zijn van een openbaar
onderzoek: een maal bij de opname in het bekkenbeheerplan, een maal in het
kader van de kennisgevingsprocedure van de plan-MER voor het Gewestelijk
Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP), een maal rond het ontwerp-GRUP zelf en dan
nog eens in het kader van de stedenbouwkundige vergunning voor de ringdijk... Dat
is van het goede teveel.
Plaatselijke
buffering en infiltratie van regenwater
Regenwater wordt vandaag te snel
afgevoerd wat voor een overbelasting van onze riolen en rivieren zorgt. "De
Vlaamse regering moet er samen met lokale besturen en waterketenbedrijven voor
zorgen dat grachtenstelsels in ere worden hersteld," stelt Bart Martens. "Door
te zorgen voor meer blauw naast de
straat, wordt het regenwater langer vastgehouden en krijgt het de kans om in de
bodem te infiltreren." Het wordt ook dringend tijd om werk te maken van een
nieuwe gewestelijke stedenbouwkundige verordening die werk maakt van een
ruimere buffering en infiltratie van regenwater bij de aanleg van nieuwe
verharde oppervlakten. Het Vlaams parlement vroeg al in een resolutie van maart
2008 naar zo'n nieuwe verordening. VVSG en VLACO (rioolsector) hebben daar twee
jaar geleden al een voorstel voor uitgewerkt, maar dat ligt sindsdien stof te
vergaren.
Hervorming
van het waterloopbeheer
In
crisissituaties is het nodig om zo snel mogelijk alle betrokken actoren bij
elkaar te brengen. De perikelen van het
afgelopen weekend hebben echter nog maar eens aangetoond dat de bevoegdheidsverdeling
van het waterbeheer veel te versnipperd is. "De onderverdeling van de
onbevaarbare waterlopen in drie categorieën (Vlaams Gewest, Provincies en
Gemeenten) en de opdeling van de bevaarbare waterlopen onder twee Agentschappen
(NV Scheepvaart en NV Waterwegen en Zeekanaal) is zeker aan herziening toe",
stelt Bart Martens. "Dit is trouwens in lijn met het Groenboek interne
staatshervorming dat het principe van twee bevoegde niveaus per beleidssector vooropstelt.
In Nederland valt alles onder de bevoegdheid van één instantie:
Rijkswaterstaat." Ook moet men de bevoegdheden op vlak van peil- en
debietmetingen en de opvolging en de voorspelling van wateroverlast en
waterschaarste aan één instantie toevertrouwen. Op dit ogenblik is deze
bevoegdheid verdeeld onder de Dienst Hoogwaterbeheer van de Vlaamse
MilieuMaatschappij enerzijds en het Hydrologisch InformatieCentrum, dat behoort
tot het Waterbouwkundig Laboratorium van het Departement Mobiliteit en Openbare
Werken, anderzijds.