Advertisement
   Doorzoek de site
   
1: Home3: Energie4: Milieu5: Antwerpen6: Columns7: Over Bart8: e-zines9: Downloads11: Foto's

Vervang Senaat door interinstitutionele raad Afdrukken E-mail
04/08/2008

Opiniestuk verschenen in De Morgen van 4 augustus 2008

Met het eerste tussentijds verslag van de drie koninklijke bemiddelaars kreeg politiek België er een duur woord bij: de 'interinstitutionele dialoog'. Een turboterm waarmee de heren van stand hun eigen falen camoufleren en een zoveelste deadline inruilen voor een volgende om de doodstrijd van de zieltogende dobberregering Leterme nog wat te rekken. Dat de bemiddelaars er niet eens in slagen een akkoord te bereiken over opzet, deelnemers, procedure, timing of agenda van de dialoog toont aan hoe diep het water is. En ondertussen legt het Vlaams kartel met haar 'zeven voorwaarden' de lat zo hoog dat de drie bemiddelaars er ook in september niet over zullen geraken. De interinstitutionele dialoog lijkt een doodgeboren kind.

bart_senaat_457.jpgPermanent overleg

Nochtans is zo'n dialoog broodnodig. Niet eenmalig voor het institutioneel groot onderhoud voor de volgende staatshervorming, maar permanent. Zo is er coördinatie nodig tussen de gewesten, al was het maar voor de invoering van aanvaardingsplichten voor afval, zodat bijvoorbeeld overal dezelfde recupelbijdragen van toepassing zijn. Ook tussen de gewesten en de federale overheid is permanent overleg noodzakelijk over bevoegdheids- en belangenconflicten of voor de vertaling van Europese en andere internationale akkoorden zoals het Nationaal Klimaatplan of de Nationale Strategie Duurzame Ontwikkeling. Het leeuwendeel van dat permanent overleg vindt vandaag plaats in het overlegcomité en leidt vaak tot samenwerkingsakkoorden tussen de gewesten en de federale overheid. Alleen is de dialoog in de schoot van het overlegcomité en de onderhandeling van de samenwerkingsakkoorden het exclusieve terrein van de uitvoerende machten. De parlementen - nochtans de meest democratische uitdrukking van de wil van het volk - staan in die dialoog grotendeels buitenspel. Zij kunnen enkel akte nemen van de bereikte akkoorden en moeten end-of-the-pipe van de besluitvorming de samenwerkingsakkoorden 'consacreren' met een bekrachtigingsdecreet of wet, zonder ruimte voor interpretatie of amendering.

Op deze wijze kan een goedbedoelde regionalisering van bevoegdheden juist leiden tot een democratisch deficit. Ik geef het voorbeeld van de verkeersbelastingen, die met het Lambermontakkoord naar de regio's werden overgeheveld. De regio's kunnen nu zelf de aankooptaks op wagens (de belasting op inverkeersstelling of BIV) bepalen, geheel naar eigen inzicht en voorkeur. Alleen stelt de bijzondere financieringswet en de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen dat de gewesten hun bevoegdheid slechts kunnen uitoefenen door middel van een verplicht voorafgaandelijk af te sluiten samenwerkingsakkoord met de andere gewesten. Concreet: vroeger kon een kamerlid via een wetsvoorstel het initiatief nemen voor het aanpassen van de BIV en daarvoor een parlementaire meerderheid zoeken. Nu moeten deelstaatparlementairen wachten op initiatieven van en consensus tussen de gewestregeringen.

'Uploaden', niet 'downloaden'

Naast de gezamenlijke uitoefening van hun bevoegdheden, proberen de gewesten in onderling overleg het ook eens te worden over het standpunt dat ons land vertolkt ten aanzien van nieuwe Europese of internationale wetgeving in wording. Dat gezamenlijk standpunt wordt voorgekauwd in ambtelijke coördinatiecomités en vastgelegd in interministeriële conferenties. Opnieuw staan de (regio)parlementen buitenspel. In tegenstelling tot lidstaten zoals Denemarken of Nederland, moeten ministers voor het innemen van een standpunt in de Europese Raad geen 'mandaat' krijgen van hun parlement. Het gevolg is dat in ons land - dat zich gemakshalve tot de avant-garde van de Europese Unie rekent - parlementairen zich nauwelijks bezighouden met Europese besluitvorming en dit terwijl uit onderzoek blijkt dat 85 procent van onze regels en wetten van Europa afkomstig is. Onze parlementen worden daardoor 'achternaholparlementen' die zich bezig houden met 'downloaden', het omzetten van Europese wetgeving, in plaats van 'uploaden', het proces van standpuntbepaling. In het beleidmakingsproces houden onze parlementen zich bezig met wat men in de logistiek 'postponed manufacturing' noemt, het vlak bij de consument verder aanpassen van bijna afgewerkte producten aan de folietjes van de klant.

In een nieuwe staatshervorming die aanstuurt op efficiënter bestuur, dichter bij de burger, moeten verkozenen des volks daarom een grotere rol krijgen in de besluitvorming op interregionaal, Europees en internationaal vlak. Dat is de enige manier om de toekomst van onze regio's mee in de hand te nemen. Een verdere regionalisering die de parlementen nog meer buitenspel zet, ondergraaft verder de efficiëntie van en het vertrouwen in de politiek. Vandaar mijn voorstel om de Senaat om te vormen tot een interparlementaire kamer waarin volksvertegenwoordigers van zowel het Europese en federale niveau als van de gewesten en gemeenschappen zijn vertegenwoordigd. Het gaat telkens om parlementairen die in een andere assemblee verkozen zijn, maar in die assemblee worden aangeduid voor het interinstitutioneel overleg in de nieuwe 'Senaat'.

Kamer en Senaat doen vandaag gewoon dubbel werk. Dat moet anders. Met enkel de Kamer van Volksvertegenwoordigers als federale assemblee, kan de nieuwe Senaat als uniek plenum van de wetgevende macht zelf samenwerkingsakkoorden initiëren en stemmen, gezaghebbende aanbevelingen doen voor de standpunten die ons land vertolkt op het Europees en Internationaal toneel en goedkeuring hechten aan bepaalde Nationale plannen die België overeenkomstig internationale afspraken dient op te maken. Reflectiekamer kan ze nog blijven voor aangelegenheden uit de Grondwet en de Bijzondere Wet. Op deze manier kan het aantal federale parlementsleden tot normale proporties worden herleid en hoeven senatoren geen miljoen euro per jaar te kosten voor dubbelwerk, zoals De Morgen afgelopen weekend berichtte.

Laten we daarom tijdens de volgende staatshervorming ook niet vergeten onze instellingen te hervormen. Tradities zijn in een aantal gevallen nuttig, maar wanneer ze - zoals in het geval van de Senaat - achterhaald zijn, moeten daar de juiste conclusies uit getrokken worden. Met deze nieuwe institutionele architectuur kunnen de parlementairen op alle niveaus doen waarvoor ze verkozen zijn: beleid maken in plaats van zoals duivenmelkers te wachten tot ze vallen.



1: Home / 3: Energie / 4: Milieu / 5: Antwerpen / 6: Columns / 7: Over Bart / 8: e-zines / 9: Downloads / 11: Foto's