|
Provincie weigert milieuvergunning voor steenkoolcentrale in Antwerpse Haven |
|
|
|
17/09/2010 |
|
In mei 2010 vroeg de firma E.ON een milieuvergunning aan bij de provincie
voor de bouw van een steenkoolcentrale in de Antwerpse haven. De deputatie
besliste vandaag om deze milieuvergunning te weigeren. De steenkoolcentrale zou
jaarlijks meer dan 6 miljoen ton CO2 uitstoten of een equivalent van 3 miljoen
auto's. E.ON kon de provincie onvoldoende garanties voorleggen om de lokale
milieu-impact op te vangen. Gezien er alternatieve energiebronnen mogelijk zijn,
vond de deputatie het dan ook onverantwoord om de steenkoolcentrale op haar
grondgebied toe te laten.
De Duitse energiereus E.ON wil een hoogtechnologische steenkoolcentrale
bouwen aan de Scheldelaan 420 in de haven van Antwerpen. De centrale zou een
bruto elektrisch vermogen hebben van 1100 megawatt, wat overeenkomt met ongeveer
8 procent van de elektriciteitsbehoefte van België. Om dit te realiseren heeft
E.ON verschillende vergunningen nodig. In juni leverde de federale overheid
reeds een productievergunning af. Voor de bouwvergunning loopt er momenteel een
procedure bij de Vlaamse Overheid. Voor de milieuvergunning van klasse 1 is de
Antwerpse deputatie bevoegd.
Onderzoek milieuvergunning
Op 11 mei 2010 diende E.ON
bij het provinciebestuur de aanvraag voor een milieuvergunning in. Gezien de
centrale op het grondgebied van de stad Antwerpen komt, organiseerde zij het
openbare onderzoek van 4 juni tot 3 juli 2010. Er werden 474 schriftelijke
bezwaren ingediend waarvan 7 petitielijsten. De provincie won ook tal van andere
wettelijke adviezen in. Het schepencollege en de stedenbouwkundige ambtenaar van
de stad Antwerpen, de Vlaamse Milieumaatschappij (deel lucht) en de afdeling
milieuvergunningen van het Vlaamse departement Leefmilieu, Natuur en Energie
gaven een ongunstig advies. Op basis van de ongunstige aspecten in deze
adviezen besliste de Antwerpse deputatie vandaag om de milieuvergunning te
weigeren.
Weigering milieuvergunning
De Antwerpse deputatie heeft
geoordeeld dat de belasting op het lokale milieu en de inwoners van de stad
Antwerpen en de nabije omgeving te hoog is. De E.ON-centrale zal jaarlijks meer
dan 6 miljoen ton CO2 uitstoten of een equivalent van 3 miljoen auto's. Om de
uitstoot van dit broeikgas terug te dringen, heeft de EU het Europese
CO2-handelssysteem (EU-ETS) opgezet. Voor het project in Antwerpen zal E.ON
emissierechten aankopen op de (internationale) markt. Het is duidelijk dat het
bedrijf geen engagement zal nemen ter reductie van de CO2 zolang er voldoende
emissierechten op de markt beschikbaar zijn. Economische motieven primeren boven
het principe ingeschreven in VLAREM om verontreiniging maximaal te beperken of
te voorkomen. Het bedrijf E.ON kan en wenst vandaag geen harde garanties te
geven voor de opvang, het transport en de opslag van deze CO2. Diverse
overheidsniveaus (Europees, Federaal, Vlaams en Antwerps) streven ernaar om de
uitstoot van vervuilende stoffen en CO2 te verminderen en diverse normen te
halen. De bouw van een nieuwe steenkoolcentrale staat haaks op deze
beleidsvisies. Daarnaast blijft het netto rendement van de centrale beperkt tot
45,6% en voldoet de aanvraag niet op het vlak van energierecuperatie door stoom-
en warmtelevering aan derden/klanten zoals vastgelegd in VLAREM II. De deputatie
besliste dan ook om de milieuvergunning te weigeren. Hiermee neemt het
bestuur zijn verantwoordelijkheid voor het welzijn van zijn inwoners.
|