Verschenen in De Morgen van 15 januari 2007
Wij willen de Antwerpse havenregio niet ombouwen tot een laboratorium waarin met onze veiligheid geëxperimenteerd wordt
De laatste weken brak zowel premier Verhofstadt (VLD) als Vlaams minister Kris Peeters (CD&V) een lans voor het rekken van het levenseinde van onze kerncentrales. Daarmee willen beide politici een bruggetje slaan naar de zogenaamde vierde generatie kerncentrales. Centrales die al lang op de tekentafel liggen en met hogere temperaturen en een betere benutting van de splijtstoffen een hoger rendement moeten opleveren. Eerst zouden die centrales er komen tegen 2000. Maar de verwachtingen zijn enigszins bijgesteld: de commerciële toepassingen worden nu ten vroegste tegen 2040 verwacht. Door in afwachting onze kerncentrales langer open te houden, verwacht Peeters extra winsten die voor een deel gebruikt kunnen worden voor investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.
Voor politici die liever alles bij het oude laten is dat uiteraard een handig afleidingsmanoeuvre. De boost in schone technologie komt er pas na 2015 in de mate dat de eerste centrales er nog wat extra jaartjes bij krijgen. Het zijn de volgende generaties die zich pas vanaf 2025 moeten gaan inlaten met investeringen in schone vervangcapaciteit. De verantwoordelijkheid voor berging en beheer van de steeds grotere hoop nucleair afval, waarvoor wetenschappers al decennialang vruchteloos naar een oplossing zoeken, komt voor rekening van generaties die nooit van kernenergie gebruikgemaakt zullen hebben.
Bovendien is het scenario van Verhofstadt en Peeters gevaarlijk. Gevaarlijk voor de veiligheidssituatie in en rond onze kerncentrales, gevaarlijk voor de leveringszekerheid en voor de wereldvrede. Net als een mens met een nieuwe hartklep of een nieuwe heup enkele jaren langer kan blijven rondlopen, kunnen we ook de levensduur van onze centrales verlengen door hier en daar onderdelen te vervangen. Maar je kunt een ouwe schoen niet blijven oplappen. De materialen worden moe en onvoorspelbaar. Wij willen de Antwerpse havenregio, de grootste chemiecluster en op een na grootste containerhaven van Europa, niet ombouwen tot een levensgroot laboratorium waarin met onze veiligheid geëxperimenteerd wordt. Zelfs als een klein nucleair lek in Doel het kloppend hart van de Vlaamse en Europese economie ook maar eventjes stillegt, zijn de gevolgen niet te overzien.
Als we kiezen voor een scenario van levensduurverlenging zitten we bovendien straks met een elektriciteitspark dat voor meer dan de helft bestaat uit kerncentrales van meer dan 40 jaar oud. Als in één centrale een mankement wordt vastgesteld, zoals deze zomer nog bij de noodgenerator van een Zweedse centrale, moet de rest voor revisie worden stilgelegd en ontstaat een zo groot stroomtekort dat leveringen uit het buitenland niet meer volstaan. Met andere woorden: de leveringszekerheid komt er ernstig door in gedrang.
De ontwikkeling van de vierde generatie kerncentrale houdt dan weer een verhoogd risico op proliferatie in. Die generatie produceert en gebruikt ook plutonium als splijtstof, waardoor de productie van materiaal voor kernwapens vertwintigvoudigd wordt. Is het onze taak om mee te werken aan de ontwikkeling en verspreiding van een civiele technologie die straks wereldwijd misbruikt kan worden voor de productie van kernwapens? Hebben we nog niet genoeg aan de bestaande brandhaarden in Iran, Noord-Korea en Pakistan?
Ten slotte dreigen we met een nieuwe keuze voor het nucleaire opnieuw de boot van de schone technologie te missen. Een boot die steeds sneller en (gelet op de beperkte voorraden splijtstoffen) veel langer zal varen dat die van kernenergie. In de jaren tachtig had ons land een koploperpositie op het vlak van windenergie. Toen toenmalig minister van Begroting Verhofstadt besliste om die subsidies stop te zetten, ten voordele van een participatie in de kweekreactor van het Duitse Kalkar, hebben we de rol moeten lossen. De kweekreactor in Kalkar flopte en werd omgebouwd tot een mooi pretpark (www.kernwasser-wunderland.de).
De investeringen in hernieuwbare energie bedragen nu wereldwijd al 40 miljard euro per jaar en ze zullen tegen 2020 blijven stijgen tot 250 miljard euro. Duitsland, dat zijn uitstap uit kernenergie wel ernstig neemt, stelt nu al 170.000 mensen tewerk in de sector van de hernieuwbare energie en dat zal nog toenemen tot 300.000 in 2020. Op de groene exportmarkt met ongekende groeimogelijkheden nemen de Duitse bedrijven steeds steviger positie in.
Om ook in ons land een investeringsgolf in schone technologie (energiebesparing, warmtekrachtkoppeling, hernieuwbare energie, slimme netten, waterstofgastechnologie...) op gang te brengen, moeten we niet wachten op een levensduurverlenging. Integendeel. Door het langer openhouden van het bestaande, verouderde park, vallen er geen gaten in de markt. Welke investeerder zal investeren in een nieuwe centrale als hij niet zeker is dat hij zijn stroom ook kwijt zal raken? En wie kan op tegen een monopolist die in de op papier vrijgemaakte markt kan concurreren met centrales die door de consument met veel te hoge tarieven allang afgeschreven zijn?
Die monopolist produceert vandaag zijn stroom veel goedkoper dan de marktprijs waartegen hij verkoopt (bepaald door de laatste en duurst geproduceerde kWh waar op de markt vraag naar is). Op die manier genereert Suez op onze markt een woekerwinst van enkele miljarden euro's per jaar dat het doorsluist naar Parijs om de veroveringstocht in Centraal- en Oost Europa mee te financieren. Ons voorstel is duidelijk: door met een zogenaamde 'mottenballentaks' op afgeschreven centrales de winst die zo wordt voortgebracht af te romen en te investeren in de ontwikkeling van schone technologie, werken we de concurrentievoordelen weg zodat nieuwe investeerders zullen durven investeren in veiligere en milieuvriendelijkere installaties die voor echte concurrentie zullen zorgen.
Verhofstadt staat met zijn pleidooi voor levensduurverlenging mijlenver af van het betoog van de blauwe economieprofessor Paul De Grauwe. Die dweept, ook in zijn recentste boek, met de theorie van de 'creatieve destructie' van Joseph Schumpeter, die stelt dat de opbouw van het nieuwe en afbraak van het oude noodzakelijk zijn voor de vernieuwing van ons industrieel weefsel. De progressieve newspeak van de laatste maanden kan blijkbaar niet verhullen dat de partij die ooit voor vrijheid en vooruitgang was, nu zweert bij het rekken van verouderde technologie en het bestendigen van monopolies.
Bart Martens is Vlaams volksvertegenwoordiger en senator sp.a
|