|
Verschenen in de De Wereld Morgen
"Vandaag betalen we de tol voor decennialang wanbeleid op het vlak van
ruimtelijke ordening" aldus Bart Martens, Vlaams volksvertegenwoordiger
voor SP.A. Martens was in een vorig leven actief bij de Bond Beter
Leefmilieu, waar precies de waterhuishouding één van zijn onderwerpen
was. Vandaag stelt hij als parlementslid enkele dringende
beleidsmaatregelen voor.
De
watersnood van het voorbije weekend toont aan dat het werk op vlak van
waterbeheer nog lang niet af is. De toename van de verharde
oppervlakten en de rechttrekking en inbuizing van grachten zorgen
ervoor dat het water niet meer kan insijpelen en de bodem haar
sponsfunctie verliest. Via gemengde rioleringen en collectoren wordt
het water te snel afgevoerd naar ingesnoerde rivieren die dan op de
verkeerde plaatsen gaan overstromen. In plaats van winterbeddingen
komen nu de kelders van de burgers onder water te staan.
Vandaag betalen we de tol van decennialang wanbeleid op vlak van
ruimtelijke ordening, waarbij bebouwing in overstromingsgebieden en op
opgehoogde waterzieke gronden werd toegelaten. Om meer onheil en de
extra risico's ten gevolge van de klimaatopwarming te voorkomen, moet
Vlaanderen dringend meer ruimte voor water creëren.
Onze rivieren moeten terug in een ruimer jasje. Bijkomende
overstromingsgebieden werden aangeduid in de bekkenbeheerplannen en in
het geactualiseerde Sigmaplan. De Vlaamse regering mag bij de aanleg
van deze gebieden niet met de voeten gaan slepen. Om ook lokale
besturen blijvend te stimuleren waterbeheerswerken uit te voeren, is
een dringende reanimatie nodig van het Rubiconfonds.
Rubiconfonds reanimeren
Na de overstromingen van 2002 riep de Vlaamse regering het
Rubiconfonds in het leven om lokale besturen te ondersteunen bij
investeringen in waterbeheersingswerken.
Vorig jaar wilde de regering het Rubiconfonds op droog zaad zetten
maar gelukkig konden we minister voor Ruimtelijke Ordening, Philippe
Muyters (N-VA), er uiteindelijk toch van overtuigen om hierop terug te
komen bij de begrotingscontrole. Alleen is er door Muyters geen nieuwe
oproep meer gelanceerd naar lokale besturen voor het indienen van
nieuwe waterbeheersingswerken. Daardoor blijven concrete voorstellen
van gemeente- en provinciebesturen om via overstromingsgebieden,
bufferbekkens of waterkeringen overstromingen te beheersen, dode letter.
Dat is niet langer aanvaardbaar. De projecten die in het verleden
via het Rubiconfonds zijn gefinancierd hebben hun deugdelijkheid
bewezen. Minister Muyters moet daarom terug jaarlijks een projectoproep
lanceren om lokale besturen met concrete waterbeheersingsplannen te
kunnen ondersteunen. Lokale besturen beschikken doorgaans over een
goede terreinkennis en weten vaak best waar welke ingrepen de beste
resultaten kunnen opleveren.
De overstromingen van het voorbije weekend tonen aan dat het werk
nog niet af is. Bovendien nemen de overstromingsrisico's door de
klimaatopwarming alleen maar toe, waardoor nog veel meer geïnvesteerd
moet worden in waterbeheersing.
Op het symposium "Het Belgisch EU- voorzitterschap: Het klimaat
verandert?" van VLEVA/ARGUS op 26 oktober 2009 stond Patrick Willems,
hoogleraar aan de KU Leuven, stil bij de gevolgen voor Vlaanderen: "Om
het hoofd te kunnen bieden aan de grotere, meer extreme regenbuien,
zullen in Vlaanderen gemiddeld 20 tot 30 procent bijkomende
buffervoorzieningen moeten gebouwd worden. Indien niets gedaan wordt,
zullen rioleringen en bijhorende bergings- en infiltratievoorzieningen
gemiddeld 2 maal zo vaak overlopen."
Versnelling van investeringen in waterbeheersing
Maatschappelijk belangrijke investeringsprojecten hebben vaak een te
lange doorlooptijd. De zogenaamde commissie-Sauwens deed verschillende
aanbevelingen om tot een versnelde realisatie te komen. De urgente
problemen inzake waterbeheer tonen aan dat deze versnelling in het
bijzonder moeten toegepast worden voor investeringen in
waterbeheersingswerken. De realisatie van wachtbekkens en
overstromingsgebieden gaat vaak gepaard met onteigeningen die door de
flessenhals bij de comités van aankoop jarenlang kunnen aanslepen.
De commissie-Sauwens bepleitte een systeem van erkende
landmeter-experten voor het opstellen van schattingsverslagen zodat
onteigeningsprocedures sneller kunnen worden doorlopen. Daar moet ook
ten behoeve van het waterbeheer werk van gemaakt worden. Bovendien
moeten de besluitvormingsprocedures voor waterbeheersingswerken veel
eenvoudiger.
Vandaag kan de realisatie van één en hetzelfde overstromingsgebied
vier maal het onderwerp zijn van een openbaar onderzoek: één maal bij
de opname in het bekkenbeheerplan, één maal in het kader van de
kennisgevingsprocedure van het plan-MER voor het Gewestelijk Ruimtelijk
Uitvoeringsplan (GRUP), één maal rond het ontwerp-GRUP zelf en dan nog
eens in het kader van de stedenbouwkundige vergunning voor de
ringdijk... Dat is van het goede teveel. Inspraak en overleg moet er
zijn, maar mag door een inflatie van openbare onderzoek niet worden
getrivialiseerd.
Uitvoering Sigmaplan: Vlaanderen moet bij de les blijven
De uitvoering van het geactualiseerd Sigmaplan zit niet op schema.
Nochtans is het van bijzonder groot belang dat de vooropgestelde timing
gehandhaafd wordt en de nodige budgetten ingezet worden. De dijkwerken
aan de Schelde, de Scheldekaaien in Antwerpen, de afwerking van het
gecontroleerd overstromingsgebied Kruibeke-Baasrode-Rupelmonde, de
ontpolderingen van de Kalkense Meersen, de Vlassenbroek, de
Dijlemonding, de Durmevallei en de Scheldepolders linkeroever:
vertraging van deze projecten is onaanvaardbaar.
Plaatselijke buffering en infiltratie van regenwater
Regenwater wordt vandaag te snel afgevoerd wat voor een
overbelasting van onze riolen en rivieren zorgt. De Vlaamse regering
moet er, samen met lokale besturen en waterketenbedrijven, voor zorgen
dat grachtenstelsels in ere worden hersteld.
Door te zorgen voor meer blauw naast de straat, wordt het regenwater
langer vastgehouden en krijgt het de kans om in de bodem te
infiltreren. Het moet ook dringend werk gemaakt worden van een nieuwe,
gewestelijke, stedenbouwkundige verordening die werk maakt van een
ruimere buffering en infiltratie van regenwater bij de aanleg van
nieuwe verharde oppervlakten. Het Vlaams parlement vroeg al in een
resolutie van maart 2008 naar zo'n nieuwe verordening. VVSG en VLARIO
(rioolsector) hebben daar twee jaar geleden al een voorstel voor
uitgewerkt, maar dat ligt sindsdien stof te vergaren.
De erosieproblematiek van de landbouw draagt zeker niet bij tot een
oplossing, wel integendeel. De roep om beken te ruimen en om op die
manier de drainage van landbouwgronden mogelijk te maken blijft
klinken, maar daardoor ontstaan nog meer watersnelwegen die het water
afvoeren in plaats van het te bergen en te laten infiltreren.
Watertoets
De Watertoets werd ingevoerd om bij elk nieuw initiatief waarvoor
een stedenbouwkundige vergunning of een milieuvergunning nodig is, na
te gaan of de ingreep geen significante schade zou veroorzaken aan het
watersysteem.
Zo nodig dienen dan alternatieven te worden geformuleerd, moeten
compenserende maatregelen voorzien worden of moet de vergunning gewoon
geweigerd worden. Vraag is of er door lokale besturen niet al te
creatief omgesprongen wordt met de Watertoets. Te vaak blijken
burgemeesters en schepen over slappe knieën te beschikken en leveren ze
onder druk van verkavelaars of bouwheren, tegen negatieve adviezen van
de Watertoets in, toch vergunningen af. Het lijkt er sterk op dat
Vlaanderen volhardt in het bouwen in overstromingsgebied.
Hervorming van het waterloopbeheer
In crisissituaties is het nodig om zo snel mogelijk alle betrokken
actoren bij elkaar te brengen. De perikelen van het afgelopen weekend
hebben echter nog maar eens aangetoond dat de bevoegdheidsverdeling van
het waterbeheer veel te versnipperd is.
De onderverdeling van de onbevaarbare waterlopen in drie categorieën
(Vlaams gewest, provincies en gemeenten) en de opdeling van de
bevaarbare waterlopen onder twee agentschappen (de NV Scheepvaart en de
NV Waterwegen en Zeekanaal) is zeker aan herziening toe. Dit is
trouwens in lijn met het Groenboek interne staatshervorming dat het
principe van twee bevoegde niveaus per beleidssector vooropstelt. In
Nederland valt alles onder de bevoegdheid van één instantie:
Rijkswaterstaat.
Ook moet men de bevoegdheden op vlak van peil- en debietmetingen en
de opvolging en de voorspelling van wateroverlast en waterschaarste aan
één instantie toevertrouwen. Op dit ogenblik is deze bevoegdheid
verdeeld onder de Dienst Hoogwaterbeheer van de Vlaamse
Milieumaatschappij enerzijds en het Hydrologisch Informatiecentrum, dat
behoort tot het Waterbouwkundig Laboratorium van het Departement
Mobiliteit en Openbare Werken, anderzijds.
Kortom, de Vlaamse regering mag niet bij de zandzakken blijven
zitten en moet de hand aan de ploeg slaan en écht werk maken van meer
ruimte voor water.
Bart Martens
Bart Martens is Vlaams volksvertegenwoordiger voor de SP.A
|