|
De Vlaamse regering moet bij de aanpassing van de steunmaatregelen voor
groene energie moeilijke knopen doorhakken. Enerzijds wil ze de
meerkosten van groene stroom die gedragen worden door de gebruikers
beperken. Grote bedrijven staan al langer aan de klaagmuur dat allerlei
steunmaatregelen indirect de energiefactuur fors duurder maken. Maar
aan de andere kant mag de steun niet te hard worden verminderd om de
vele jonge bedrijven in de sector van de alternatieve energie niet ten
onder te laten gaan. Zij zorgen er immers voor dat de Europese
groenestroomverplichtingen worden gehaald en leveren bijkomende
concurrentie op de elektriciteitsmarkt, die gedomineerd wordt door de
historische spelers Electrabel (GDF Suez) en SPE-Luminus (EDF).
‘We zullen een echt salomonsoordeel moeten vellen', zo vatte Bart Martens (sp.a), de voorzitter van de commissie Leefmilieu, de discussie samen tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement. Daar werd gisteren vooral gedebatteerd over de verlaging van de steun voor elektriciteitsproductie op basis van biomassa, een verzamelnaam voor natuurlijke brandstoffen waarvan houtafval in de praktijk het meest gebruikt wordt. Voor alle duidelijkheid: over de verlaging van de steun aan zonnepanelen werd niet meer gesproken. Daar lijkt een consensus in de maak dat daarin kan worden gesnoeid om oversubsidiëring te vermijden.
Hervorming
De grote energieverbruikers, met de chemie-industrie op kop, smeken om een drastische hervorming van het steunmechanisme door groenestroomcertificaten. Het zijn immers de energieverbruikers die de groenestroomfactuur dragen. ‘Het Vlaamse systeem is inefficiënt en te duur. In Wallonië wordt minder steun gegeven, maar wordt meer groene stroom geproduceerd', zegt Els Brouwers, energieadviseur bij de chemiefederatie Essenscia.
Ontwikkelaars van elektriciteitscentrales met houtafval en andere biomassa als brandstof hameren erop dat biomassa absoluut nodig is om de groenestroomdoelstellingen te halen. In België komen we er niet met enkel zonnepanelen en windmolens. Maar biomassa is een dure brandstof en heeft daarom extra ondersteuning nodig in de vorm van groenestroomcertificaten.
Het decreet dat de Vlaamse regering het parlement wil voorleggen hakt in op de waarde van die certificaten. De sector vreest dat die met meer dan 10 procent zal zakken, een daling die meteen vreet aan de inkomsten van bestaande centrales van onder andere Colruyt en Electrawinds.
Rik Van de Walle, de gedelegeerd bestuurder van het groenestroombedrijf Aspiravi, dat de biomassacentrale Aspiravi & Spano uitbaat, vreest voor verliescijfers: ‘De kleine spelers wordt de keel dichtgeknepen. We zien enkel nog een toekomst voor de grote spelers. Is het dat wat we willen?'
Daarbij verwijst hij naar Electrabel. 's Lands grootste elektriciteitsproducent bouwt zijn steenkoolcentrale Rodenhuize in de Gentse haven om tot een grote biomassacentrale. Dat project Max Green, met de holding Ackermans & van Haaren (AvH) als minderheidsaandeelhouder, wordt ook getroffen door de wijzigingen aan het certificatensysteem. ‘Retroactief werd beslist dat we 11 procent minder certificaten krijgen', zegt Koen Janssen van AvH.
Maar Electrabel en AvH krijgen wel de garantie dat gedurende tien jaar niet meer aan die steun van Max Green geraakt wordt. ‘Die bijkomende rechtszekerheid is absoluut nodig om het project door te laten gaan', klinkt het bij Electrabel. De stroomproducent wijst erop dat Max Green een van de meest kostenefficiënte groenestroomprojecten in Vlaanderen is.
|