Vandaag 22 mei is het wereldbiodiversiteitsdag. Hoog tijd dat deze problematiek meer aandacht krijgt en bovenaan op de politieke agenda komt te staan. De achteruitgang van het natuurlijk systeem waarin en waarvan we leven gaat immers oerend hard. Twee grafieken uit een recent WWF-rapport spreken in dat verband boekdelen. De eerste geeft een beeld van de Living Planet Index, een indicator die mondiale biodiversiteit in beeld brengt. Sinds 1980 is die index met 30% gedaald. De betekenis daarvan is dat de natuurlijke ecosystemen achteruitgaan met een snelheid die zijn voorgaande in de menselijke geschiedenis niet kent. De tweede is de stilaan bekende Ecologische Voetafdruk. Deze geeft (omgerekend) de oppervlakte weer van biologisch productief land dat we gebruiken om ons te voorzien in voedsel, hout, land om te bouwen, enzovoort. Die oppervlakte overschrijdt de biocapaciteit van de aarde sinds 1980 en ligt sinds 2003 25% hoger dan wat de aarde op een duurzame manier kan leveren. De betekenis is dat de mensheid niet langer leeft van de interest van de natuur maar inteert op het kapitaal ervan. Het is duidelijk dat deze trends niet houdbaar zijn. Het is eveneens duidelijk dat we het punt bereikt hebben waarop een verdere aantasting van de biodiversiteit en van de ecosysteemdiensten die de natuur ons levert, de verdere ontwikkeling van de mondiale samenleving structureel op de helling zet. Het beeld van de mens die de tak afzaagt waar hij opzit komt akelig dichtbij. En reeds vandaag zien we op tal van plaatsen dat de zwakste bevolkingsgroepen het eerste slachtoffer worden.
Als deze trend zich doorzet, zal het onmogelijk blijken om de Milleniumdoeslstellingen voor 2015, die in september 2000 door de Verenigde Naties vastgesteld zijn, ernstig in het gedrang komen. Volgens het in 2005 uitgebrachte Millennium Ecosystem Assessment rapport zullen de schadelijke gevolgen van deze achteruitgang de komende 50 jaar nog aanzienlijk toenemen. Het niet-duurzame verbruik van ecosysteemfuncties zal blijven groeien, als gevolg van een drie tot zesvoudige toename van de wereldeconomie in 2050 - zelfs als de bevolkingsgroei zal verminderen en stabiliseren in het midden van de eeuw. De meeste drijvende krachten voor ecosysteemaantasting, zoals klimaatverandering, overbemesting, versnippering, habitatverlies en exploitatie zullen waarschijnlijk sterker worden.
Voor Vlaanderen ziet het er ook niet bepaald rooskleurig uit: de Vlaamse schakel in het Europese Natura-2000 netwerk met zijn vogel- en habitatrichtlijngebieden staat bij de afbakening van de agrarische en natuurlijke structuur onder constante druk. De opmaak van groene ruimtelijke uitvoeringsplannen die de juridische bestemming van gebieden moet vastleggen, leidt tot oeverloze discussies. Duidelijke regelgeving rond soortenbescherming, de opmaak van instandhoudingsdoelstellingen, ... blijft vooralsnog uit en dat is uiteraard heel erg spijtig want de tijd dringt.
De toestand is wel ernstig maar niet hopeloos op voorwaarde dat alle neuzen in dezelfde richting wijzen. Enkele dagen geleden ging de Conventie over Biodiversiteit in Bonn van start. Experts uit 191 landen zullen twee weken lang vergaderen, onder meer over de doelstellingen van de Wereldtop van 2002 in Johannesburg. Europees commissaris voor leefmilieu Dimas benadrukte begin deze week nog dat de belangrijkste prioriteit van het Europees milieubeleid in 2009 het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit wordt. Hij onderlijnt daarbij dat 2/3de van de huidige ecosysteemdiensten in verval zijn en dat de negatieve economische en sociale effecten van deze achteruitgang reeds hard worden gevoeld. Dit geldt in het bijzonder voor economische sectoren die rechtstreeks van ecosysteemdiensten afhankelijk zijn zoals landbouw, visserij, toerisme, hout en papiernijverheid. Willen we de Countdown 2010 halen, dan moeten we een versnelling hoger schakelen en moeten de afgesproken beleidsmaatregelen ook effectief in concrete acties omgezet worden. Daarvoor moet ook in Vlaanderen meer ruimte gemaakt worden voor de natuur in grote samenhangende gehelen en moet een inhaalbeweging gemaakt worden in de ontwikkeling van het Vlaams Ecologisch Netwerk.
En de burger, moet die dit alles maar ondergaan? Niets is minder waar getuige de vele initiatieven die op gemeentelijk vlak genomen worden: klimaat- en energiewijken, compost- en watermeesters, lokale initiatieven rond duurzame mobiliteit, duurzaam bouwen en wonen, enz. De voorbeelden zijn legio en zeer divers en verdienen nog veel meer de steun van de overheid en de bedrijfswereld dan nu het geval is.
De vraag is dus niet of het de overheid, de bedrijfswereld of de burger zal zijn die het tij zal kunnen doen keren. De uitdaging bestaat er in om samen, én bedrijfsleven, én middenveld, én bevolking én overheid het behoud van het leefmilieu tot een prioriteit te maken, uit noodzaak en vanuit een visie op duurzaamheid in de juiste betekenis van het woord nl. de behoeftevoorziening van toekomstige generaties niet in het gedrang brengen door ongelimiteerd gebruik van natuurlijke goederen door de huidige generaties.
Bart Martens
Vlaams volksvertegenwoordiger en senator sp.a
|