Advertisement
   Doorzoek de site
   
1: Home3: Energie4: Milieu5: Antwerpen6: Columns7: Over Bart8: e-zines9: Downloads11: Foto's

Kernenergie: Paris s’éveille Afdrukken E-mail
14/05/2007
groeneaardbol_475x282.jpgNu ook de open-VLD haar klimaatplan heeft gelanceerd en is bevallen van haar standpunt rond de kernuitstap, zijn alle politieke kaarten voor een pittig energiedebat gelegd. Spijtig genoeg dreigt dat debat te focussen op de vraag of kerncentrales (oud of nieuw) nodig zijn of niet. Alternatieve systemen van energievoorziening, die vandaag al technisch haalbaar en betaalbaar zijn, krijgen nog minder aandacht dan de beloften van een schare nucleaire experts die bijna alle onderzoeksbudgetten opeisen voor iets wat in het beste geval over dertig jaar zou kunnen werken. De nucleaire lobby doet wat ze moet doen: alle aandacht weghouden van gedecentraliseerde elektriciteitsproductie.
In 2015 gaan de oudste kerncentrales in België dicht. Er zijn vandaag al voldoende investeringen gepland en in uitvoering om die productiecapaciteit te vervangen door windenergie en warmtekrachtkoppeling (elektriciteitsproductie waarbij de warmte van de motor een nuttige toepassing krijgt en niet langs koeltorens in lucht of water wordt geloosd).

Elders in Europa wordt al jaren gedemonstreerd dat warmtekrachtkoppeling een enorm potentieel heeft (tot vijftig procent van de elektriciteitsproductie). Maar om dat potentieel te benutten, moet wel stroom geproduceerd worden op plaatsen waar je de warmte nuttig kan toepassen, om serres warm te stoken, zwemwater of gebouwen te verwarmen, stoom te leveren, ... Dat vraagt een ommezwaai in ons huidige gecentraliseerde systeem van energievoorziening, waarbij enkele grote centrales in handen van één monopolist met veel energieverliezen hun stroom over kilometerslange hoogspanningslijnen bij de duizenden afnemers moet brengen. Dat systeem moet omgebouwd worden naar een decentraal systeem waar consumenten ook producenten worden die met zonnecellen of warmtekrachtinstallaties stroom produceren, hun overschotten op het net zetten of tekorten ervan af halen. Een doorsnee KMO kan een windmolen installeren en beheren. Een ziekenhuis, zwembad of school kan met zijn eigen warmtekrachtkoppeling de nodige warmte en elektriciteit produceren. Een doe-het-zelver met weinig hoogtevrees monteert zonnecellen op zijn dak. En straks volgen microwarmtekrachtinstallaties, zo groot als een koelkast, de condensatieketels op zodat zelfs gezinnen naast warmte ook stroom gaan produceren. Daarvoor heb je Suez niet nodig. Integendeel. De consument kan kiezen en wordt zelfs concurrent van Suez. Er is een heel gezonde competitie bezig tussen de producenten van windmolens, zonnepanelen en warmtekrachtmachines. De bedrijven die zonnecellen ontwikkelen slaan mekaar om de oren met rendementsrecords. Massaproductie komt op gang en zal de prijs fors doen dalen. Bij elke verdubbeling van het geïnstalleerde vermogen, daalt de opwekkost met 20% en aangezien technologie zich vaak met sprongen ontwikkelt, kunnen we nog grotere prijsdalingen verwachten. Duurzame energie is trouwens graag gezien bij steeds meer beleggers.

In dit decentraal model evolueert het elektriciteitsnet tot een soort "internetstructuur" waarop consument/producent overschotjes en tekorten uitwisselt. "Slimme meters", die nu in Nederland geleidelijk worden uitgerold, kunnen straks slimme toestellen op zo'n manier sturen dat ze op momenten van piekvraag energie opwekken (warmtekrachtinstallaties) en in dalperiodes stroom afnemen (wasmachines, diepvriezen, plug-in hybride wagens die hun extra grote batterij ook via het net kunnen opladen). Via slimme metering kan de inzet van piekvermogen worden beperkt en optimaliseren de consumenten en decentrale producenten hun verbruik en productie door elektriciteit te verbruiken op momenten van lage stroomprijs en te produceren bij piekprijzen. Zo'n model van energievoorziening is efficiënter, kent minder verliezen en heeft een veel kleiner risico op een black-out. In zo'n model wordt onze stroommarkt niet langer gedomineerd door enkele spelers. Het net wordt publiek domein. Onze energiemarkten worden "gedemocratiseerd".


Het is goed dat nu ook Open VLD het idee van het "internet" dat sp.a in haar klimaatplan had ontwikkeld, heeft overgenomen. Maar de focus van Open VLD op het onderzoek en de ontwikkeling van een vierde generatie kerncentrale leidt de aandacht en de middelen af. Ten eerste is het nog maar de vraag of - en zo ja tegen welke tijd en prijs - deze technologie ooit technisch en commercieel beschikbaar kan zijn. Ten tweede blijven we ook met deze technologie met niet-beheersbaar kernafval opgescheept en draait deze technologie op plutonium wat de risico's op proliferatie sterk vergroot. Ten derde kunnen weinig Belgische bedrijven een graantje meepikken van deze technologie. Dat ligt heel anders in de veel sterker groeiende markt van hernieuwbare energie en energiesparende producten en diensten, waarin we nu al toonaangevende bedrijven hebben. Als straks door het beleid van de federale overheid C-Power - met Dredging International - in de Noordzee het eerste offshore windturbinepark op een dergelijke diepte realiseert, gaat voor het Belgische Dredging een wereldmarkt aan zulke projecten open en kunnen onze baggeraars overal ter wereld op zee dergelijke windmolenparken aanleggen. De halfgeleidertechnologie van Imec en Umicore en de Lithium-ion batterijen van die laatste openen mogelijkheden voor onze bedrijven op de boomende markten van fotovoltaïsche zonnecellen en batterijen in elektrische en hybride wagens. En de waterstofgasbus die bussenbouwer Van Hool ontwikkelt samen met UTC Technologies - wereldleider op vlak van brandstofcellen - verovert straks misschien ook heel Europa. Hansen Transmissions in Lommel is wereldleider in de productie van tandwielkasten voor windturbines. Kiezen voor schone energievormen vragen een doorgedreven innovatiebeleid en de creatie van een thuismarkt (via een ‘groen aankoopbeleid' door de overheid en nieuwe wetgeving) die de afzet van de nieuw ontwikkelde producten in de aanloopfase stimuleert. Zo'n voorloperbeleid vergroot de kans dat onze bedrijven straks in de rest van de wereld een rol gaan spelen die het niveau van onze kleine regio ver overstijgt. Door ons land uit te bouwen tot een incubatie- en kraamkamer voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën die huidige én toekomstige consument meer keuzemogelijkheden en onafhankelijkheid bieden, veel kansen opleveren voor onze hoogtechnologische industrie, veralgemeenbaar zijn op wereldvlak en in alle opzichten veilig, kunnen we werkelijk een wereld van verschil maken.


De transitie naar een duurzame en gedecentraliseerde energievoorziening kent maar één verliezer: de nucleaire lobby met zetel in Parijs. Die is overigens niet pro kernenergie omdat ze die technologie zo fantastisch vindt, maar wel omdat die grote centrales 40 jaar of langer een voldongen feit garanderen en decentralisatie, concurrentie en innovatie de pas afsnijden. Ze zullen die overigens pas bouwen of hun levensduur verlengen als we er ons toe verbinden om nog eens twintig tot veertig jaar lang, 24 uur op 24, hun stroom af te nemen. Dat is eigenlijk wat vandaag gevraagd wordt: of wij nog maar eens enkele decennia lang hun inkomen willen verzekeren. En of wij dat ook even snel willen beslissen. De decentrale productiemogelijkheden maken vandaag immers een snelle ontwikkeling door en worden ook in de praktijk gerealiseerd. De massaproductie komt op gang en je krijgt een massa producenten. Vandaar. Il est douze heures moins cinq. Suez 's éveille.
Bart Martens - Vlaams volksvertegenwoordiger en senator sp.a

< Vorige   Volgende >


1: Home / 3: Energie / 4: Milieu / 5: Antwerpen / 6: Columns / 7: Over Bart / 8: e-zines / 9: Downloads / 11: Foto's